Historische situering en betekenis

Om een doek uit de Middeleeuwen te begrijpen dienen we ons te realiseren dat de ME mens anders denkt dan wij. Het dagelijks leven van de ME mens ligt in het verlengde van zijn theologie. Het godsbeeld van die tijd en wat de vertegenwoordigers van de kerk er zoal van maken drukken zwaar op de beleving. De ME mens denkt in beelden waarbij God een gegeven is en de wereld het onbewogen centrum.

Elke levensgebeurtenis, elke daad was omringd met nadrukkelijke en uitdrukkelijke vormen, was getild op de verhevenheid van een strakken, vasten levensstijl. De groote dingen: de geboorte, het huwelijk, het sterven, stonden door het sacrament in den glans van het mysterie. Maar ook de geringer gevallen: een reis, een arbeid, een bezoek, waren begeleid door duizend zegens, ceremonies, spreuken, omgangsvormen. (Johan Huizinga)

Beelden en verhalen worden bestaande realiteiten om het dagelijks leven te kleuren. De ME mens leeft in een ‘toverende wereld’ (Zie: Sebastien Valkenberg).  Het meest in het oog vallend voorbeeld is de transsubstantiatie, vastgelegd tijdens het Vierde Lateraans Concilie in 1215, volgens welk conciliebesluit brood en wijn na consecratiewoorden letterlijk lichaam en bloed (van Christus) worden. Dat je door middel van aflaten verdienen ofwel kopen sneller in de hemel kunt komen of dat voor je familie kunt regelen is een ander item.

Vanuit die achtergrond kijkt de ME mens naar het Antependium dat immers tegen het altaar waar het Heilige gebeurt, hangt en ziet in iedere figuur, bloem, kleur of voorwerp een betekenis, waar wij toch echt aan het werk dienen te gaan om die betekenissen te ontdekken en te duiden.

Aan het begin van de 15e eeuw lijkt de standenmaatschappij nog helder. De geestelijkheid voor het geestelijke en de adel voor het materiële. De rest staat ten dienste. De kunst is toegepaste kunst. In de culturele uitingen gaat het in de eerste plaats om de heiligheid van het onderwerp. Een kunstwerk beoogt een religieuze ervaring op te roepen.

Eind vijftiende eeuw zijn andere standen en inzichten in opmars om nieuwe wegen in te slaan.  1492 valt in het einde van de vijftiende eeuw. Dat betekent dat de relativering van een aantal zekerheden  is ingezet en nieuwe ontwikkelingen zich krachtig aankondigen.

Het Antependium bespreken we enerzijds in de historische context van Nijmegen in de late 15e eeuw en anderzijds behandelen we de diepere betekenissen bij de figuren zelf. Daarnaast staan we ook stil bij een aantal ontwikkelingen aan het einde van de 15e eeuw.