Olof draagt een harnas

Dat Olof op het Antependium een harnas draagt heeft meerdere redenen denk ik.  In de vijftiende eeuw had het harnas zich doorontwikkeld van enerzijds defensieve kleding tot anderzijds paradekleding. Menig edele had een ‘werkharnas’ en een ‘showharnas’.
Daarnaast was het harnas een algemeen verdedigingsmiddel geworden ook voor de burgerij. Het lied “l’homme armé”  had zich zowel qua tekst als melodie in de harten van de vijftiende eeuwse opkomende burgerklasse genesteld. Een harnas betekende zelfbewustzijn, “wij kunnen ons wel verdedigen”.

Oorspronkelijke Franse liedtekstNederlandse vertaling
L’homme, l’homme, l’homme armé,
L’homme armé
L’homme armé doibt on doubter, doibt on doubter.
On a fait partout crier,
Que chascun se viengne armer
D’un haubregon de fer.
De man, de man, de gewapende man,
De gewapende man
De gewapende man moet men vrezen, moet men vrezen.
Overal wordt omgeroepen,
Dat ieder zich bewapene
Met een maliënkolder.

Vele componisten gebruikten de oorspronkelijke melodie. L’homme armé staat dan ook bekend als ‘cantus firmus’ voor de zetting van de Latijnse vaste gezangen door verschillende componisten uit de vroege renaissance in de muziek. Het thema heeft vaker als inspiratie gediend dan enig andere wereldlijk lied: meer dan 40 zettingen zijn bewaard gebleven.

Wilde een burger in Nijmegen het burgerrecht krijgen dan hoorde een harnas verplicht daarbij. In 1422 besloot de raad van Nijmegen dat allen die meesters van ambten waren een ‘vol harnas’ voor hun eigen persoon moeten bezitten. Dat harnas mocht tijdens de dienstjaren (van 16-60) nooit verkocht of in beslag genomen worden. (Zie: Schevichaven, Tweede Bundel pag. 205)

Vele rijke schippers hadden dientengevolge een harnas. Logisch dat je dan ook je patroonheilige met een harnas laat afbeelden. In de geharnaste Sint Olof wordt de kracht van de geharnaste burgerij gesymboliseerd.

Ant Oud Olof 001

Bij het onderzoek naar een vergelijkbaar oorspronkelijke harnas op het Antependium om een nieuw harnas correct te borduren kwamen heel wat vragen naar boven. Uit het verslag van Ben Stadelmaier augustus 1992:
“Ik ben weer even bij Sint Olof. Kniestukken zijn zilver en horizontaal geborduurd, terwijl het hele harnas zilver is met alleen rond om de knie een beetje goud in verticale richting. De schaduw in de lies wordt door donkerblauw geaccentueerd. Dat vreemde tussenstukje is bovenaan goud geslingerd in verticale richting en het onderste deel is in goud geslingerd in horizontale richting.”

Aan de hand van het daarnaast verrichte onderzoek en vergelijkingsmateriaal kunnen we constateren dat het geborduurde harnas vele parallellen heeft met de laat gotische harnassen uit Duitsland. Ook daardoor is het antependium verantwoord in de late vijftiende eeuw te dateren.