Het Gelders gezag

Het Gelders gezag in de 15e eeuw was warrig. Opvolgende hertogen bestreden elkaar deels of waren veel weg. De vele aan hen gelieerde Katharina’s waren vaker in de buurt en hebben hun sporen achter gelaten.

  • Reinoud IV van Gelre (Gulik) (1402-1423) x Maria van Harcourt (van Gelre)
  • Arnold van Gelre (Egmond) (1423-1465 / 1471-1473) x Katharina van Kleef  
  • Adolf van Gelre (Egmond)  (1465-1471 /1477)  x Katharina van Bourbon
  • Karel de Stoute van Bourgondië (1473-1477)
  • Maria van Bourgondië (1477-1482) x Maximiliaan van Oostenrijk
  • Katharina van Gelre (dochter van Arnold) (1477-1492 regentes)
  • Philips de Schone (1482-1492) x Johanna van Castilië
  • Karel van Gelre  (Egmond) (zoon van Adolf) (1492-1538) x Elisabeth van Brunswijk-Lüneburg
  • 1473

    Het gelukte de oorlogszuchtige Bourgondiër Karel de Stoute om Nijmegen in 1473 in handen te krijgen, met dientengevolge Bourgondische ambtenaren die het gewest besturen. Nijmegen is niet enthousiast over dit centralistisch beleid en ‘slaakt een diepe zucht van verlichting’ (Guus Pikkemaat) als Karel in 1477 sneuvelt. Als hertog moest Karel de Stoute met alle leenhouders nieuwe contracten sluiten. Dat kon hij onmogelijk zelf en daarom benoemde hij uiteindelijk Jan Stoep om alle weerspannige Geldersen in het gareel te krijgen. Jan Stoep deed dat samen met Jan Oudart als taxateur en zij deden hun werk vanuit Grave. Jan Stoep is vermoedelijk in juli en augustus 1474 ook in het roerige Nijmegen actief geweest (Zie Henny Denesen pag. 65). Jan Stoep kende Gelre wel een beetje want hij was ook lid geweest van een gezantschap om te bemiddelen in het conflict tussen Arnold en Adolf. (Zie Henny Denessen pag. 66). Jan Stoep maakte zich overigens niet populair vanwege het innen van boetes op het verzet tegen Karel de Stoute. Willem van Berchen noemt hem een ‘Picardische booswicht’ (Zie Henny Denessen pag. 67). Na de dood van Karel de Stout werd zijn bestuurlijke organisatie in Gelre ontmanteld. (Zie Henny Denessen pag. 71)

  • 1477

    De zus van de afwezige hertog Adolf, ook een Katharina, wordt uitgenodigd als regentes. De Bourgondische ambtenaren kunnen hun koffers pakken. Adolf sneuvelt in hetzelfde jaar en onmiddellijk wordt de hoop gevestigd op zijn zoon Karel van (Egmond) Gelre, ook weer vertegenwoordigd door Katharina als regentes. Maar de dochter van Karel de Stoute, Maria van Bourgondië maakt ook aanspraak.

  • 1481

    Maximiliaan, de echtgenoot van Maria dwingt de aanspraak van zijn vrouw af en verovert in 1481 Nijmegen. Alle privileges vervallen en de Bourgondische ambtenaren komen weer terug. Nijmegen wordt gesommeerd 80.000 Rijnse guldens te betalen. Enerzijds een gigantisch vermogen, anderzijds een aanwijzing hoe welvarend Nijmegen in die tijd was. In 1482 wordt hun zoon Filips de Schone die dan vier jaar oud is landsheer, welke taak door Maximiliaan wordt opgepakt.

  • 1492

    Maximiliaan was niet bijster populair en op het moment in 1492 dat Karel van Gelre de kans krijgt zijn dierbaar gewest eindelijk terug te zien, schaart de hele bevolking van Nijmegen zich achter hem. Niemand trekt zich meer wat aan van het verzwakte Bourgondische gezag. Bloedige oorlogen volgen waarbij van de weersomstuit de oorspronkelijke liefde voor Karel verdwijnt in Nijmegen want hij ontpopt zich als een soeverein vorst ‘die het liefst de stedelijke privilegiën om zeep wilt brengen’. (Guus Pikkemaat)

  • 1513

    Deze woelige tijd duurt tot 1513 wanneer Karel van Egmond betiteld wordt als Hertog van Gelre. Karel is in feite de laatste zelfstandige feodale heerser in de Nederlanden en was geen lieverdje. Busken Huët schrijft over Karel: “het toonbeeld van de Noord-Europese middeleeuwse despoot in zakformaat die één lange streep geplunderde steden, platgebrande dorpen, aangespoelde matrozenlijken en zieltogende soldaten achterliet”. (Zie: Busken Huët)

In 1468 schreef Antoine Busnois het motet ‘Incomprehensibilia praeter rerum ordinem’ bij gelegenheid van het huwelijk van Karel de Stoute met Margareta van York in Brugge. Karel de Stoute heet een luxe veldheer.  Hij is een liefhebber van wandtapijten en tijdens zijn veldtochten is zijn veldtent daarmee bekleed. Bovendien nam Karel tijdens zijn oorlogstochten  ook deze hofcomponist en zijn zangers mee.  Zo is het voorstelbaar dat dit lied gezongen werd in zijn tent tijdens die drie weken in 1473 dat hij -bij Dukenburg gelegen- Nijmegen probeerde te veroveren.