Gemaakt in Nijmegen

Het Nijmeegs Schippers Antependium ligt in het Valkhofmuseum. Het is al eeuwen in Nijmegen, maar is het in Nijmegen gemaakt?

Bij onderzoek naar het Antependium blijken achter Maria en Olof handschriften als vulling te zitten in Latijn en Oost-Nederlands taaleigen. We lezen gedeelten van rekeningen en beschrijvingen van het kuise leven in een Nijmeegs klooster. Zo mogen we redelijkerwijs aannemen dat het Antependium in een Nijmeegs werkplaats is vervaardigd. Gebruikt papier als opvulling is niet ongewoon. Stadelmaier vertelt bij restauraties van kazuifels uit de Barok regelmatig bladmuziek en bladen van gebedenboeken tegen te komen. Ook in de Catalogus 2015 (Zie: Catalogus 2015) van het Catharijneconvent komen we die gewoonte met voorbeelden tegen.

De figuur van Maria is verwant met Keuls werk zoals in deze streken populair is. Vergelijkbare activiteiten zijn niet vreemd voor Nijmegen in die tijd, zo weten we dat in 1470 in Nijmegen het Raamhof wordt gebouwd, een nieuwe weverij. Micha Leeflang meldt in het gezelschap van Guido de Werd en Gerard Lemmens (Zie: Henri Defoer pag. 230) bovendien dat de Meester van het Altaar van Bartholomeus (1510 †) een Nijmeegs schilder was aan het einde van de 15e eeuw. Naast de retabels die hij maakte ontwierp hij ook patronen voor aurifriezen. Veel van zijn opdrachten kwamen uit Keulen en omgeving. (Zie: Catalogus 2015 pag.176)

Speuren of deze schilder, ontwerper en boekverluchter iets met ons Antependium heeft te maken ligt dan voor de hand. Het goed bekijken van de nog aanwezige werken leidt er naar mijn mening niet toe dat deze werkplaats met het Antependium van doen heeft. Noch de kleding, noch de houding, noch de bloemen lijken parrallelen te hebben. In het artikel van Henri Defoer over deze meester komt wel een tekening voor gedrukt door Peter van Os, (Zwolle 1484) en daar zien we ineens wel een parallel. Een relatie naar de boekdrukkunst en de beelden op retabels uit onze streken wordt dan interessant om te onderzoeken. (Zie: Henri Defoer pag. 226)