’Nieuw’ Antependium

In 1998 besloot de heer Paul Kokke van het bedrijf Berko in Wijchen aan de firma Stadelmaier de opdracht te geven het oude Schippers Antependium te bestuderen om er vervolgens een remake van te maken. Voor Ben Stadelmaier werd het een geweldig avontuur met onvermoede contacten en onderzoeksresultaten.

Een uitgebreide studie volgde om daarna op basis van de  verkregen kennis borduursters aan het werk te zetten die meer dan een jaar lang bezig waren met het maken van dit ‘nieuwe’ Antependium. Het studiewerk heeft veel bijgedragen aan een beter inzicht in het oorspronkelijke werk. Bij de beschrijving van de figuren en het gebruik van materialen besteden we daar aandacht aan.
Eigenlijk was het de bedoeling drie replica’s te maken. Een voor de gemeente Nijmegen, een voor internationaal contact en een voor privé.  De gemeente was aanvankelijk heel enthousiast maar het project is niet als zodanig verwezenlijkt. Ben Stadelmaier liet daarom een speciale vaan ontwerpen waarop het Antependium verwijst naar overheid, handel, wetenschap en cultuur. Ook dergelijke vanen waren een brug te ver en het is bij het ontwerp gebleven.

Doordat gebruik gemaakt is van merendeels nieuw gemaakte materialen is het ‘nieuwe Antependium’ intenser van kleur dan het oude doek. Men dient daarbij te bedenken dat het oorspronkelijke Antependium ook veel intenser van kleur was maar zich in de 21e eeuw verbleekt toont door de tand des tijds. De intensiteit van kleurgebruik in de ME traditie kunnen we overigens goed zien in  de overgebleven ME gebedenboeken die meestal gesloten worden bewaard en daardoor langer gevrijwaard blijven van de vernietigende werking van licht. Beroemde kleurrijke voorbeelden zijn de werken van de Nijmeegse miniatuurschilders de Gebroeders van Limburg.

De vernietigende werking van licht is door Ben Stadelmaier overtuigend aangetoond met zijn constatering dat de flossenrand van het oorspronkelijke Antependium uit drie kleuren bestond rood, gebroken wit en zwart. De zwarte flossen zijn op het oude antependium bijna totaal verdwenen concludeerde hij omdat licht boven de 50 lux gekleurde stoffen doet vergaan die niet reflecteren. Zwart is daar extra gevoelig voor. Bij het bestuderen van de randen bleken inderdaad resten van zwarte flossen aanwezig.

Het ‘nieuwe’ Antependium roept enerzijds vraagtekens op of je zo met een gevestigd kunstwerk om mag gaan. Anderzijds getuigt de vele inzet rondom dit doek van de actuele belangstelling voor het Nijmeegs Antependium uit de late 15e eeuw. In de late ME werd bovendien het kopiëren van een werk als compliment gezien. Het bestuderen van het Antependium toont ons -als vaker geconstateerd bij het bestuderen van de late ME- met hoeveel vakmanschap en tijd de ME kunstenaars/vaklieden konden werken.

Simon Phoelich maakte een filmpje waarin de overgang van oud naar nieuw wordt getoond.